VD HOORN | ORCHIDEE | HOME
homeorchidsverzorginginspiratiemeer
AMOREMIO ORCHIDS l PHALAENOPSIS BY VD HOORN ORCHIDEEËN | HOME
nlgbdefritse
Kweken

Wij pompen grondwater op vanuit een zogenoemde watervoerende laag die zich tussen de tachtig en de honderd meter onder het maaiveld bevindt( dit is geen aardwarmte). Het water op die diepte heeft van zichzelf een temperatuur van ongeveer elf graden Celsius. Met water van die temperatuur kan in de zomer worden gekoeld. Dit grondwater zelf gaat de kas niet in. Via een warmtewisselaar in het techniekruimte wordt de kou of de warmte overgedragen aan CV-water. Dat gaat de kas in. Midden in iedere kap van 12.80 meter breed, is daarvoor over een lengte van 110 meter, een zogenoemde convector gemaakt. Onderstaande beelden maken duidelijk wat dat is.

Het ketelhuis met links de warmtepomp en rechts de hoofdleidingen voor het 'verwarmingswater'.

De kern van het warmtewisselingssysteem in de kas: de convector met het luchtkanaal, met aan de zijkant per meter een ventilator, die de lucht van bovenaf aanzuigt en vervolgens naar de zijkant wegblaast.

Midden in iedere kap van 12.80 meter breed een 110 meter lang bevindt zich een convector met een looprooster en daaronder een luchtkanaal. Door dit systeem circuleert er voortdurend lucht langs de planten.

Onder een veertig centimeter breed looprooster liggen acht dunne buisjes met dwars daarop zogeheten lamellen, dunne ijzertjes. Die zijn nodig voor de overdracht van warmte of kou. Het CV-water gaat door de buisjes en tegelijkertijd wordt er constant lucht langs de buisjes en de lamellen geblazen. Dat gebeurt met heel veel ventilatoren die onder de tafels met de planten, zijn aangebracht. Per meter is één ventilator geïnstalleerd, om en om. Dan weer één links en dan weer één rechts. Onder het looprooster is een luchtkanaal gemaakt. De ventilatoren zuigen de lucht aan van boven naar beneden, door het looprooster en het luchtkanaal heen en blazen het naar links of naar rechts, net waar de ventilator zit. De lucht gaat door de planten heen naar boven en wordt vervolgens weer door het rooster heen aangezogen. Zo ontstaat een constante circulatie van de kaslucht door de planten, door het rooster en langs de buisjes waar het water doorheen gaat. Het water geeft warmte of kou af aan de lucht en andersom draagt de lucht haar temperatuur over aan het water. Met dit systeem stuurt de kweker heel precies het klimaat in de kas, waarbij de constante luchtstroom bevorderlijk is voor de groei van de plant. Het bijzondere van dit systeem van warmtewisseling is, dat het nauwelijks geluid maakt en zeer weinig energie verbruikt. Dat komt omdat er nauwelijks weerstand zit in het hele luchtcirculatie- en warmtewisselingsysteem. De ventilatoren blazen en zuigen de lucht heel gelijkmatig over een kleine afstand rond, ook in de hoogte. Het gaat om het klimaat ter hoogte van de tafels. Dat het bijvoorbeeld vier meter boven de tafels veel warmer of kouder is dan bij de planten, dat doet er niet toe.

Koelen en verwarmen

Het koelwater van elf graden wordt opgewarmd tot achttien of zelfs twintig graden, een beetje afhankelijk van het weer. Hoe zonniger en warmer het is, des te harder er gekoeld moet worden en des te meer het koelwater wordt opgewarmd. Het opgewarmde koelwater gaat terug de grond in, uiteraard in de warme bron. Er zijn drie bronparen die met elkaar in verbinding staan. Aan de voorzijde van de kas zijn drie koude bronnen en aan de achterzijde drie warme. De gezamenlijke capaciteit is zestig kuub per bron per uur, in totaal dus 180 kuub per uur. Bij lage buitentemperaturen gaat het andersom. Dan wordt er water uit de warme bronnen opgepompt voor het opwarmen van de kas. Dat is dan water van achttien tot twintig graden. Dat is op zichzelf niet warm genoeg om de afkweekkas op 20 graden te krijgen of te houden. Daarom is ter aanvulling een warmtepomp aan het systeem toegevoegd. Deze pomp heeft een capaciteit van 1.500 Kw en produceert net als een koelkast tegelijkertijd warmte en kou. Deze pomp kan het water opwarmen tot maximaal vijftig graden. Dat is ruim voldoende om ook in de opkweekkas de temperatuur op 28 graden te krijgen of te houden. Gemiddeld is water van 34 graden voor de opkweek voldoende en bij de afkweek is de benodigde gemiddelde CV-watertemperatuur zo’n 28 graden Celsius. Het komt er dus op

neer dat het warme grondwater van twintig graden gemiddeld nog acht of veertien graden bijgewarmd moet worden. Bij dit systeem wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de zomerse zonne-energie. In de zomer wordt warmte ‘geoogst’ en in de grond bewaard om ’s winters te worden gebruikt. Bij het verwarmen van de kas wordt winst geboekt, maar vooral dus ook bij het koelen. ‘Gewone’ koelmachines die ‘vreten’ veel meer energie dan het systeem van ons. De warmte/koude-pomp produceert tegelijkertijd warmte en kou. Aan de warme kant wordt het water maximaal vijftig graden en aan de koude kant wordt het grondwater gekoeld tot ten laagste zes graden Celsius.

Hoe werkt het energie besparende systeem >>

Kweken >>

Het systeem >>

Alle milieubesparingen op een rij >>